Het zeer korte verhaal (zkv) geniet in het Nederlandse taalgebied vooral bekendheid door het werk van A.L. Snijders, die trouwens ook de naam van het genre heeft bedacht. Maar dat genre zelf is universeel: je komt het overal tegen, vaak zelfs zonder het te beseffen, bijvoorbeeld als onderdeel van een groter narratief geheel. Elk verhaaltje met een kop en een staart, al beslaat het maar één zin, is een zkv. Alles staat of valt met de zeggingskracht, dus de verwantschap met het prozagedicht is groot.
Ikzelf heb mijn roman ‘Ramkoers’ (2021) geschreven als een reeks van 100 stukjes van elk ongeveer 1000 woorden. Op die manier bleef de taak behapbaar: ik kon elke dag één stukje schrijven, zodat ik de volgende dag niet de draad en de inspiratie van een onderbroken lap tekst hoefde terug te vinden. De overkoepelende structuur had ik van tevoren bedacht, dus ik hoefde er alleen maar voor te zorgen dat elk stukje op de juiste plaats in het geheel viel.
Tijdens deze schrijfworkshop wil ik me/ons beperken tot tekstjes van 200 woorden of minder. We bespreken eerst uitgebreid een aantal zkv’s van bekende schrijvers, en daarna de tekstjes die de deelnemers thuis hebben geschreven. Vanaf dag 2 gaan we (op een plek naar keuze: in een café, in het Romeinse theater of gewoon bij mij thuis) aan de slag om nieuwe tekstjes te schrijven – en weer te bespreken. Die kunnen later ook als bouwstenen of kiemcellen voor een groter geheel worden gebruikt.
